De oudst bekende levensbeschrijving van Jacob van Deventer komt voor in "Civitates Orbis Terrarum" van Braun en Hogenberg.

Die biografie komt in dit stedeboek voor op de achterzijde van een plattegrond van Deventer. "Civitates Orbis Terrarum" omvat zes delen - het eerste deel verscheen in 1572, het laatste in 1617 -, waarin zo'n 360 stadsplattegronden en -gezichten voorkomen.

De redaktie van dit stedenboek werd aanvankelijk gevoerd door de Keulse kanunnik Georg Braun. De platte gronden en stadsgezichten werden gegraveerd door Frans Hogenberg. Deze laatste kwam in het artikel "Nieuwskaarten" al ter sprake in verband met prenten, waarin hij de gebeurtenissen uit de eerste decennia van de tachtigjarige oorlog vastlegde.

munster holland

Plattegrond van Holland. Anonieme  houtsnede uit S. Münster's "Cosmographia",  Basel 1628.  Vianen, Partikulier bezit.  (Foto: Utrecht, Gemeentelijke Fotodienst)

Hogenberg maakte voor de "Civitates Orbis Terrarum" gebruik van bestaand materiaal. Onder meer bleek Sebastian Münster's "Cosmographia" - uit gegeven te Basel in 1544 en algemeen beschouwd als een belangrijk werk op kartografisch gebied - dienstig te zijn. Voor de plattegronden van een groot aantal Nederlandse steden baseerde Hogenberg zich op Van Deventer.

Nu dringt zich de vraag op: hoe kon Hogenberg kennis nemen van de plattegronden van Van Deventer? Zoals we zagen waren die platte gronden door Van Deventer in opdracht van het landsbestuur gemaakt voor militaire doeleinden en zeer zeker niet bestemd voor een breed publiek. Van die plattegronden werden in geen geval gravures gemaakt.

Jacob van Deventer verliet Mechelen, toen die stad door de Spaanse troepen in 1572 geplunderd werd. Hij vestigde zich te Keulen, waar ook Frans Hogenberg - die enkele jaren eerder Mechelen verlaten had -woonde. Nadat Van Deventer in 1572 naar Duitsland geëmigreerd was, staakten de betalingen door het landsbestuur. Uit de korrespondentie van Viglius van Aytta, voorzitter van de Raad van State te Brussel, blijkt dat men als de dood was voor het feit dat het kaarten materiaal van Van Deventer in handen zou vallen van de zogenaamde geuzen. Dat gebeurde niet, maar Vinlius keeg WPhet wel voor elkaar, dat het materiaal na het overlijden van Van Deventer in beslag genomen werd en naar Brussel overgebracht werd.

Ongetwijfeld heeft Hogenberg de stadsplattegronden van de Nederlanden ten huize van Van Deventer kunnen bekijken en bestuderen. Overigens heeft Hogenberg voor de "Civitates Orbis Terrarum" geen gebruik gemaakt van de plattegrond van Vianen.

Wetenswaardig is zeker de verantwoording die Braun en Hogenberg in het voorwoord van het eerste deel van de "Civitates Orbis Terrarum" afleggen over het feit dat op kaarten, plattegronden en stads gezichten figuren voorgesteld zijn. De zeer woeste Turken - aldus Braun en Hogenberg - mogen om geloofs redenen dergelijke figuren niet bekijken. Vandaar dus, dat dergelijke kaarten niet onder hun ogen zullen komen en christenen geen last zullen ondervinden van deze vijanden van de christenheid!


Dit is het negende artikel uit de reeks 'Kaarten en plattegronden van Vianen en de Vijfheerenlanden'. Overgenomen uit het tijdschrift nr 3/4, 9de jaargang 1984. Het volgende artikel is "Van het zuiden naar het noorden".

Meer over 'Civitates Orbis Terrarum', Jacob van Deventer, Sebastian Munster.