Op 15 juni 1470 bezocht Reinoud bisschop David in diens residentie te Wijk-bij Duurstede,

kasteel duurstede

Het bisschoppelijk slot te Wijk bij Duurstede. Anonieme tekening. (Foto: Het Utrechts Archief)

vergezeld door zijn bastaard zonen Walraven, Reinier, Hendrik, Jan, Johan en Joost156. Hij was gekomen ten einde te proberen den onmoit (vijandelijke gezindheid) die mijn heere van Utrecht opten voirs. domproost (= Gijsbrecht van Brederode) hadde, te verlijken (vereffenen)157. David liet zijn bezoeker weten dat hij hem niet kon ontvangen en bood hem een maaltijd aan. Nadien werd Reinoud opgehaald door een knecht, die hem zogenaamd naar de bisschop zou brengen, maar hem in werkelijkheid naar een torenkamer voerde. Hier werd hij opgewacht door andere dienaren van de bisschop. Zij vertelden Reinoud dat hij voorlopig in de kamer moest blijven en niet zonder Davids toestemming mocht vertrekken. Hierna verlieten zij de kamer en deden de deur op slot158.

Reinouds bastaardzonen werden intussen eveneens gevangengenomen, op Joost na. Deze mocht vanwege zijn jeugdige leeftijd vertrekken; van hem hoefde David geen gevaar te duchten. Later die dag werd ook Gijsbrecht van Brederode in Utrecht aan gehouden. De bisschop had ook andere opposanten van zijn gezag willen arresteren, zoals Jan van Montfoort en Jacob van Nijevelt, maar dat ging niet door.

Al gauw werd Johan vrijgelaten, want hij zou priester worden en vormde net als Joost geen bedreiging voor de bisschop. Reinier, Hendrik en Jan kregen op 20 juni hun vrijheid terug op voorwaarde dat zij in gevangenschap zouden terugkeren zodra David dit zou ordonneren. Zij moesten thans echter ogenblikkelijk het Sticht verlaten159.

Walraven mocht als enige bastaard niet vertrekken. Hij werd gemarteld en ondervraagd over zijn overval op de gedeputeerden van Haarlem en over het doen en laten van zijn natuurlijke vader. Op 22 augustus 1470 wist Walraven echter uit zijn cel te ontsnappen. Hij is uitgeweken naar het hof van Adolf van Gelre om die te informeren over Davids optreden tegen zijn natuurlijke vader. Voor zover bekend werden er geen pogingen meer ondernomen om hem nogmaals te arresteren160.

David van Bourgondië legde Reinoud eenenveertig dagen na zijn arrestatie een aanklacht met vier punten voor. Hij zou ten eerste voorkennis hebben gehad van de aanslag door Walraven van 31 maart 1457 bij De Bilt en ten tweede van de aanval van Adolfs aanhangers op IJsselstein van 25 maart 1466. Het derde punt was dat hij met Adolf van Gelre een alliantie zou hebben gesloten, gericht tegen Bourgondië en het Sticht. Volgens deze alliantie zou Adolf het gezag over het Sticht krijgen, terwijl Gijsbrecht bewairrer der stadt van Utrecht zou worden en Reinoud het bestuur over de Bommelerwaard en de Tielerwaard zou verwerven.

Verder werd Reinoud ervan beschuldigd dat hij een oproer in de stad Utrecht wilde ontketenen door één van de twee burgemeesters aldaar te vermoorden161. Reinoud ontkende alle beschuldigingen en verlangde een persoonlijk gesprek met David, maar die kreeg hij nimmer te zien. Zijn gezondheid ging danig achteruit door zijn verblijf in de kille en vochtige cel, want hij kreeg last van zijn nieren en kon nauwelijks meer eten, drinken en slapen162.

David wilde dat Reinoud een volledige bekentenis zou afleggen, opdat hij als hoogverrader ontmaskerd zou worden. De gevangene werd derhalve tot tweemaal toe zwaar gemarteld, waarbij hij tot op het hemd werd uitgekleed en vastgebonden op een pijnbank. De dienaren van de bisschop dwongen hem de eerste keer water te drinken totdat hij "vol" zat en de tweede keer sloegen zij hem langdurig en schroeiden zijn huid met een fakkel163.

Uiteindelijk was hij dermate uitgeput en gebroken dat hij alles wilde doen om nieuwe martelingen te vermijden, zoals hij later verklaarde. Men liet hem het papier met de aan klachten ondertekenen, maar hij moest ook achter de vier beschuldigingen afzonderlijk zijn handtekening zetten, dit om hun waarachtigheid te benadrukken. Vervolgens zond David het document door naar Karel in de verwachting dat deze hem wel toestemming zou verlenen om Reinoud ter dood te brengen164.


156. De hoofdbron voor de gevangenschap van Reinoud is Van Leyden, Brederode-kroniek, 691-713, waarop alle secundaire literatuur is gebaseerd. Andere belangrijke verhalende bronnen zijn met name Pauli, Chronicon, f. 18; Van Naeldwijck, Cronycke, f. 278v-282 (passim); Cronike Hoilant, f. 83v en Aurelius, Divisiekroniek, f. 323-326v. Zij werden tot dusverre niet of nauwelijks geraadpleegd voor deze kwestie. Een geheel nieuw document is BNP, MF 17909, f. 111-115v. Dit is de officiële aanklacht die Reinoud in mei 1473 bij de Orde van het Gulden Vlies heeft ingediend. Het gaat hier om een afschrift, want de tekst heeft jaartallen en bedragen in arabische getallen, terwijl latijnse cijfers aan het einde van de vijftiende eeuw nog altijd gebruikelijk waren.

157.GAUtOSA25, f. 129v.

158. BNP, MF 17909, f. 111-112. Van Leyden, Brederode-kroniek, 691-692.

159. Muller, Regesten bisschoppen, II, nr. 4108. Van Leyden, Brederode-kroniek, 693-694.

160. Van Leyden, Brederode-kroniek, 701-704. Van Asch van Wijk, 'Ontsnapping', 200-204. Walraven week uit naar Hagestein, omdat hij hier als drost genoeg kennissen en medestanders had. De datering 12 augustus in Van Gent, 'Pertijelike saken', 103 is een drukfout.

161. BNP, MF 17909, f. 112v. Van Leyden, Brederode-kroniek, 706-707. Van Asch van Wijk, 'Ontsnapping', 202 (citaat) geeft nadere details over doeleinden.

162. BNP, MF 17909, f. 112v.

163. BNP, MF 17909, f. 113-113v. Van Leyden, Brederode-kroniek, 706-707.

164. BNP, MF 17909, f. 113v-114. Aurelius, Divisiekroniek, f. 326, en Zilverberg, David, 36, en aangehaald bij Paravicini, Briefwech sel, I, 408.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, 'Reinoud II,. Nummer 1/2 uit 1995
Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel: Reinouds berechting. Voor het overzicht van alle artikelen zie: Een Hollandse luis in de Bourgondische pels.

Meer over: David van Bourgondie.