In 1440 benoemde Philips Willem van Lalaing tot stadhouder van Holland en Zeeland als opvolger van Hugo van Lannoy99 .

De nieuwe functionaris was net als Lannoy afkomstig uit Henegouwen, maar hij stelde zich in tegenstelling tot zijn voorganger niet onafhankelijk op ten opzichte van de Hoeken en Kabeljauwen. Hij begon de Hoeken te begunstigen bij het aanstellen van stedelijke functionarissen, omdat zij bereid waren hem geldelijk te belonen voor hun promotie. Deze begunstiging wekte uiteraard ongerust heid en wrevel op bij de Kabeljauwen, die tot dusverre in de meeste steden een overwicht in de bestuursorganen hadden bezeten.

lalaing aan de scarpe

Het dorp Lallaing aan de Scarpe, een zijrivier van de Schelde, in het vroegere graafschap Oostervant, thans in het Franse departement Nord. Het dorp is bijna geheel verwoest in de Eerste Wereldoorlog. Albums de Croy, deel XXV, Fleuves et rivières II, pi. 78; uitgave J.M. Duvosquel (Brussel, Gemeentekrediet, 1990). Foto: Pjerpol Rubens, Tielt, België.

Het valt op dat in de beginjaren veertig Reinoud regelmatig in Haarlem op bezoek kwam, soms tezamen met Gijsbrecht. Zij werden bij dergelijke bezoeken altijd gefêteerd door de magistraat. Wij weten echter niets naders over hun contacten met de Hoekse stadsregeerders100. In de jaren 1444-1445 barstte de bom: er braken gevechten uit tussen Hoeken en Kabeljauwen in Haarlem, Amsterdam en Leiden, waarbij ook doden en gewonden vielen te betreuren. Tal van Kabeljauwen in Haarlem en Amsterdam voelden zich zelfs genoodzaakt om de stad te laten uit vrees slachtoffer van de burgertwisten te worden.

Voor Philips was de opleving van de strijd tussen Hoeken en Kabeljauwen reden om Willem van Lalaing uit zijn functie te ontheffen en te vervangen door de Vlaming Gosewijn de Wilde (26 april 1445). Na deze wijziging aan de top van het lands bestuur keerde de rust niet gelijk terug, want de Hoeken van Amsterdam weigerden de uitgeweken Kabeljauwen toe te laten in de stad. In mei 1445 werden Reinoud van Brederode, Lodewijk van Montfoort en Gijsbrecht van Vianen naar Amsterdam gezonden om de orde te (helpen) herstellen101. Enige tijd later kwam Gijsbrecht van Brederode hen gezelschap houden102.

Deze gang van zaken wekte de achterdocht op van de Kabeljauwen en van Philips1103. De hertog liet de Raad van Holland in juli een bode naar de kastelein van Gouda zenden met de opdracht goed op de stad toe te zien en geen vreemd volk binnen te laten. Hij had namelijk vernomen dat Reinoud in Amsterdam wel zeshonderd man had verzameld en niemand wist wat zijn meyninghe wair dair mede te doen104. Was Philips beducht dat Reinoud snode plannen had en dat hij Gouda wilde veroveren? Zoals gemeld was Gouda in 1425-1428 een Hoeks bol werk geweest en de stad kon een belangrijke schakel vormen in de verbinding tussen Amsterdam en Utrecht105. Uiteindelijk heeft Amsterdam zich aan het grafelijk gezag onderworpen en Reinoud en Gijsbrecht van Brederode, Lodewijk van Montfoort en Gijsbrecht van Vianen zijn nooit bestraft voor hun activiteiten in de stad.

De verstandhouding tussen Reinoud en de gewezen stadhouder Willem van Lalaing moet goed zijn geweest. Zij kwamen namelijk op 28 november 1445 overeen dat Reinoud zou trouwen met Yolanda van Lalaing, de oudste dochter van Willem uit zijn huwelijk met Jeanne van Créquy. Lalaing zou haar een bruidsgift meegeven van 12.000 Philips Bourgondische schilden, die in vier termijnen tot Pinksteren 1448 betaald zou worden. Er werden geen heerlijkheden als bruidsgift meegegeven. Het huwelijkscontract werd opgesteld in Den Haag in aanwezigheid van Sanche, Simon en Jacob van Lalaing, respectievelijk de broers en de oudste zoon van Willem, en door Gijsbrecht van Brederode106.

plaat 7 Kasteel Lalaing

Plaat 7. Het kasteel Lalaing. (Foto: Pjerpol Rubens, Tielt, België)

De heer van Brederode raakte door zijn huwelijk verbonden met de hoge adel van het Bourgondische landencomplex. De familie Lalaing kwam uit Henegouwen en had al vele goede diensten aan Philips van Bourgondië bewezen107. Het is niet bekend, hoe oud Yolanda was toen zij werd uitgehuwelijkt, en hoe haar gevoelens waren voor haar echtgenoot. Jan van Leyden zegt alleen dat zij een suverlike edel maget was en dat het huwelijk op advies van vrienden van Reinoud werd gesloten108. Yolanda schonk haar echtgenoot tussen 1454 en 1464 (waarschijnlijk) vier dochters: Josina, Johanna, Walravina en Anna109. Reinoud had in 1438, dus ruim voor zijn huwelijk, zeker al twee zonen gekregen bij Rutke Dirksdochter van Zevenhuizen110. Zij heetten Walraven en Reinier; wij zullen de eerstgenoemde in het vervolg nog enige malen tegenkomen. Uiteindelijk zou Reinoud nog tenminste zes buitenechtelijke kinderen krijgen met Hendrik, Jan, Johan, Joost, Johanna en Machteld111. Gijsbrecht had zelfs twaalf bastaarden, terwijl hij toch een geestelijke was. Het was in de vijftiende eeuw echter niet ongewoon om kinderen buiten het huwelijk te hebben. Men trouwde immers meer om politieke en/of materiële redenen dan uit liefde. Philips van Bourgondië zou zelfs zesentwintig bastaarden hebben verwekt112. Hij heeft overigens goed over hen gewaakt en hen goede betrekkingen of rijke mannen bezorgd. Eén van zijn natuurlijke zonen, David van Bourgondië, zou later nog veel met de Brederodes te stellen krijgen.


99. Biografische gegevens van Willem van Lalaing in BNB, XI, 97-98.

100.GAH.OSA 19/21, f. 131; OSA 19/22, f. 150v, 152v.153en 153A; OSA 19/23, f. 158,164v. 168v, 170 en 173ven OSA 19/24, f. 119v.

101. ARA, GRRek. 146, f. 135v. Lodewijk van Montfoort was op dat moment baljuw van Gooiland en Gijsbrecht van Vianen van Amstelland. Zij waren in 1444 aangewezen om de wet van Amsterdam te verzetten, hetgeen toen allerlei problemen opriep, Lombarts, Memorialen, VII, 90-92.

102. Op 19 juni verzocht de Raad van Holland Gijsbrecht om Amsterdam te verlaten. Zij vond het vreemd dat hij zich naar de stad had begeven, gemerct dat die selve van Amsterdam rebellende ongehoirsaem waren, ARA, GRRek. 146, f. 138v-139.

103. Op 20 juni 1445 zond Haarlem in der nacht boden naar Leiden doe die tydingh quam dat den heer van Brero comen was tot Aemsterdam, GAH, OSA 19/25, f. 50. Dit geeft aan dat het stadsbestuur zeer ongerust was over deze binnenkomst.

104. ARA, GRRek. 146, f. 137v,138v-139 en 141v en 144v (citaat).

105. In 1449 raakte een onbekend aantal Gouwenaars slaags, nadat de ene groep Brederode, Brederode hoge moet had geroepen en de andere Borsselen, Borsselen hoge moet. Dit geeft aan dat er in Gouda aanhangers van Reinoud en Frank huisden. De Raad van Holland heeft uiteindelijk elf mannen bestraft, ARA, GRRek. 151, f. 151 en ARA, HvH 462, f. 67-68,69v-70 en 166v-167, vermeld in Van Gent, 'Pertijelike saken', 415.

106. SAD, AHB, 440; een afschrift in ARA, Hs. 797. De akte is in de inventaris verkeerd gedateerd op 18 november. Op 29 april 1447 verklaarde Willem, dat hij nog 300 pond schuldig was au seigneur de Brederode a cause de mariage de ma fille, Lombarts, Memorialen, XII, 183-185.

107. Biografische gegevens over genoemde leden van de familie Lalaing in BNB, XI, 98-112 en 135-131. Paravicini, 'Expansion', 300-301.

108. Molinet, Chroniques, II, 303, meldt in 1492 dat Yolanda van Lalaing eagie de LXX ans was. Als dit klopt, was zij 22 of 23 jaar bij het sluiten van het huwelijkscontract. Van Leyden, Brederode-kroniek, 644 (citaten).

109. In 1454 verklaarde Gijsbrecht dat hij en Reinoud geen erfgenamen hadden qui puist succéder nostre noms et armes, Doutrepont. 'Notice', 17. In de akte van 11-9-1464 wordt gesproken over de drie oudste dochters van Reinoud en Yolanda (zie hieronder).

110. Kort, 'Leenhoven Vianen', 517 (Walraven). Zie voor de bastaarden verder Dek, 'Genealogie Brederode', 114-117.

111. Dek, 'Genealogie Brederode', 116-117. Zie voor de twee dochters ook Warning, Aanwinsten, nr. 1313.

112. Prevenier/Blockmans, Bourgondische Nederlanden, 225,227-230 en 389. Dek, Genealogie graven, 91-93, noemt zeventien bastaarden.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, 'Reinoud II,. Nummer 1/2 uit 1995
Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel: Reinoud wordt Vliesridder. Voor het overzicht van alle artikelen zie: Een Hollandse luis in de Bourgondische pels.

Meer over: Albums de Croy, Willem van Lalaing,