De inlijving van Holland en Zeeland in het Bourgondische landencomplex bracht een grote verandering teweeg in de lokale machtsverhoudingen.

SOAOTO - Folio 042R.jpg

Hugo de Lannoy in het Wapenboek van de Orde van het Gulden Vlies, (Foto: Publiek domein)

De graven van het Beierse huis vertoefden veelal in Holland en Zeeland en waren voor de uitoefening van hun macht in sterke mate aangewezen op de medewerking van de edelen en de steden. Philips was verhoudingsgewijs veel machtiger dan de voorgaande graven, want hij was (ondermeer) hertog van Bourgondië, Brabant en Limburg en graaf van Vlaanderen en Artesië. Dit betekende gelijk dat hij zijn aandacht over meerdere vorstendommen moest verdelen en niet permanent in Holland en Zeeland kon blijven. In november 1432 stelde hij dan ook een stadhouder (letterlijk: plaatsvervanger) aan in de persoon van Hugo van Lannoy, een edelman uit Henegouwen66. Hij zou voortaan als leider van een groep raadsheren, de Raad van Holland, de graafschappen regeren in samenspraak met de Staten, de vertegenwoordigers van de edelen en de steden. De stadhouder en raden waren ook belast met de verzorging van de landsheerlijke recht spraak en vormden tezamen de hoogste rechtbank in den lande.

Uit de personele bezetting van de Raad van Holland blijkt dat Philips bovenal streefde naar verzoening tussen Hoeken en Kabeljauwen. Hij koos bewust voor een stadhouder die niet in Holland of Zeeland geboren en getogen was, want als "buitenstaander" zou Hugo van Lannoy niet geassocieerd kunnen worden met de inheemse partijen en facties; hij zou door een "onpartijdige" opstelling nieuwe botsingen tussen de partijgangers kunnen voorkomen. De overige leden van de Raad waren wel geboren en getogen in Holland of Zeeland, of zij hadden er grafelijke lenen. Er waren oude aanhangers van Philips bij (Frank en Hendrik van Borsele, Willem van Egmond en Hendrik van Wassenaar), maar ook voormalige volgelingen van Jacoba, zoals Jan en Lodewijk van Montfoort, Jan van Vianen van Noordeloos, Dirk van der Merwede, Gerrit van Zijl en Floris van Kijfhoek67. Voortaan moesten de Hollanders en Zeeuwen er dus rekening mee houden dat zij met Philips van Bourgondië een krachtiger graaf tegenover zich hadden. Wie zich tegen zijn gezag zou verzetten, zou zich schuldig maken aan hoogverraad en zijn leven en bezittingen verbeuren. Men kon niet meer zo gemakkelijk politiek asiel zoeken in de buurlanden van Holland en Zeeland, want Vlaanderen en Brabant stonden ook onder Bourgondisch gezag. Verder had bisschop Rudolf van Diepholt op 12 januari 1430 een uitleveringsverdrag met Philips gesloten, zodat misdadigers en rebellen uit Holland en Zeeland ook in het Sticht niet veilig waren68. Zij konden nog wel uitwijken naar Gelre, maar Arnold van Egmond, hertog van Gelre, was zich bewust dat hij zijn machtige buurman niet moest provoceren door bijvoorbeeld diens opposanten openlijk te ondersteunen.


66. Van Lannoy heeft pas na mei 1433 daadwerkelijk in Den Haag geresideerd, Van Riemsdijk, Tresorie, 347-349 en 463-465.

67. Van Riemsdijk, Tresorie, 353, en De Blé court/Meijers, Memorialen, xxxvi. Vergelijk Prevenier/Smit, Dagvaarten, nr. 1155.

68. ARA, GRReg. 3, f. 169v-173, gedrukt in Van Mieris, Charterboek, IV, 962-966.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, 'Reinoud II,. Nummer 1/2 uit 1995
Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel: Claims op de grafelijke titels?. Voor het overzicht van alle artikelen zie: Een Hollandse luis in de Bourgondische pels.

Meer over: Hugo de Lannoy,