Vanuit Schoonhoven riep Jacoba al haar aanhangers op bij haar te komen om verzet te bieden tegen Philips en zijn Kabeljauwse volgelingen,

Recueil d'Arras fol 061

Philips de Goede (1396-1467) en zijn zoon Karel de Stoute (1433-1477). Portretten in het Recueil d'Arras. (Foto: publiek domein)

maar alleen binnen Gouda, Schoonhoven en Oudewater vond zij gehoor; de andere steden kozen voor Philips. Daardoor was de Bourgondiër in staat om op 13 januari 1426 een Engelse troepenmacht, uitgezonden door Humphrey van Gloucester, bij Brouwershaven op te vangen en te verslaan. Willem van Brederode en Jan van Vianen van Noordeloos, de (voormalige) voogden van Reinoud, Gijsbrecht en Walravina, hebben zich in 1425 ogenblikkelijk bij Jacoba aangesloten. De eerstgenoemde leidde het volgende jaar een aanval op Haarlem, maar kon de stad niet veroveren. In de nasleep van deze strijd werd het kasteel Brederode door Kabeljauwen uit Haarlem veroverd en zwaar beschadigd59. Nadien voerde hij het bevel van Jacoba's vloot op de Zuiderzee, totdat hij op 8 september 1427 bij Wieringen werd verslagen en gevangen genomen60. Jan van Vianen van Noordeloos werd opnieuw trésorier van Jacoba61. De bronnen maken geen melding over Reinoud, maar het ligt voor de hand dat hij in hoofdzaak in Vianen heeft geresideerd, want in deze versterkte stad was hij redelijk beschut voor vijandelijke aanvallen62.

Nadat Jan IV op 14 april 1427 was gestorven, had Jacoba de edelen en de steden van Henegouwen, Holland en Zeeland opgeroepen haar als gravin te huldigen, gedachtig hun beloften aan haar vader. Philips van Bourgondië had echter meer gezag en steun onder de bevolking: hij liet zich huldigen als ruwaard (landvoogd) van de drie graafschappen. Op 9 januari 1428 verklaarde de pauselijke rechtbank dat het huwelijk tussen Jacoba en Jan IV geldig was geweest. Humphrey van Gloucester liet zijn "vrouw" prompt in de steek en trouwde met Eleanor Cobham, een voormalige hofdame van Jacoba. Toen Philips zich opmaakte om Gouda te belegeren, besloot Jacoba (weer) vredesbesprekingen met haar rivaal te beginnen. Op 3 juli 1428 sloten Jacoba en Philips vrede met de Zoen van Delft. Zij werd door haar neef als gravin van Henegouwen, Holland en Zeeland erkend, maar zij moest hem accepteren als mede-regent en universeel erfgenaam. Zij mocht dan ook niet hertrouwen zonder toestemming van Philips, haar moeder Margaretha van Bourgondië en de edelen en steden van haar landen. Haar aanhangers zouden in Holland en Zeeland mogen terugkeren en hun bezittingen terugkrijgen, nadat zij trouw hadden gezworen aan Philips en beloofd hadden het zoenverdrag te onderhouden. Verder werd een ieder verboden nog langer de partijnamen "Hoek" en "Kabeljauw" te gebruiken en geschillen uit de recente machtsstrijd op te rakelen; het moest eindelijk weer rustig worden in de beide graafschappen.

Ruine van Brederode RP P OB 15.411 mir

Ruïne van Brederode in 1615. Ets door Jan van de Velde (1593-1641). Spiegelbeeldig afgebeeld, maar daardoor topografisch juist weergegeven. Hier resideerde Yolanda van Lalaing sinds 1478 tot haar overlijden in 1497. (Foto: Rijksmuseum)

In het vredesverdrag was vastgelegd dat een raad van negen personen het dagelijks bestuur en de grafelijke rechtspraak zou gaan uitoefenen in Holland en Zeeland. Jacoba mocht drie mannen voor deze raad aanwijzen en koos voor Jan van Montfoort, Jan van Vianen van Noordeloos en Gerrit van Zijl. De gravin kreeg haar oude bevoegdheid terug om grafelijke lenen uit te geven. Zij heeft tal van Hoeken hun oude lenen teruggegeven en ook nieuwe gebieden geschonken63. Zo beleende zij op 2 augustus 1428 Jan van Vianen van Noordeloos met het kasteel ten Goye en de gelijknamige heerlijkheid in het Sticht. Zij confirmeerde dezelfde dag de douarie die Jan voor zijn echtgenote Johanna (Sofia) van Herlaar had opgesteld. Tevens bevestigde zij op 3 april 1429 Jan formeel in alle lenen, die hij en zijn voorvaderen van de grafelijkheid hadden gekregen64. Men zou verwachten dat zij ook Willem en Reinoud van Brederode met al hun grafelijke lenen begiftigd zou hebben, maar in het grafelij ke archief is daar geen bewijsstuk voor te vinden.

In oktober 1430 werd een nieuwe bestuursvorm doorgevoerd, toen Jacoba en Philips Holland en Zeeland voor acht jaar verpachtten aan Frank van Borsele en zijn neven Floris en Philips van Borsele. Zij behoorden alle drie tot de Kabeljauwse partij. Deze regeling is al met al net twee jaar van kracht gebleven. In 1432 sloot Jacoba namelijk een geheim huwelijk met Frank van Borselen. Toen Philips dit hoorde, kwam hij ogenblikkelijk in actie: hij liet Frank arresteren en dwong Jacoba afstand te doen van haar grafelijke titels. Op 13 april 1433 liet Philips zich in Den Haag huldigen als nieuwe graaf van Holland en Zeeland. Eenmaal verzekerd van de macht stelde hij Frank in vrijheid en stond hem toe alsnog met Jacoba te trouwen. De hertog gaf hem ook de bevoegdheid de titel graaf van Oostervant te voeren. Dit vorstendom grensde aan het zuidwesten van het toenmalige graaf schap Henegouwen. Daardoor werd Frank de hoogste edelman van Holland en Zeeland, want er waren geen andere edelen in deze twee vorstendommen die graaf van een bepaald gebied waren. Het huwelijk van Frank en Jacoba was geen lang leven beschoren, want in de nacht van 8 op 9 oktober 1436 stierf de voormalige gravin op het kasteel Teilingen bij Sassenheim65.


59. Van Mieris, Charterboek, IV, 841-842. Prevenier/Smit, Dagvaarten, 678-679. Van Leyden, Brederode-kroniek, 640.

60. ARA, GRRek. 126, f. 42v en GRRek. 127, f. 119-119v.

61. ARA, AGH 712, f. 82-82v. Van Riemsdijk, Tresorie, 367. Prevenier/Smit, Dagvaarten, nr. 1155.

62. Er zijn geen gegevens bekend over het doen en laten van Reinoud uit de jaren 1425-1429. Chastellain heeft Vianen beschreven als une vilette close de bonnes portes et tours in zijn Oeuvres, III, 131.

63. Akten van belening van Jacoba zijn te vinden in ARA, AGH 712 (passim). Een aantal is gedrukt in Van Mieris, Charterboek, IV, 927 e.v. Sommige beleningen werden geconfirmeerd door Philips. Of dit noodzakelijk was, dient nog nader onderzocht te worden.

64. ARA, AGH 712, f. 80-80v en 82-82v. Vergelijk Vermast, 'Heeren', 406.

65. In haar testament heeft Jacoba geen giften gedaan aan de familie Van Brederode, ARA, GRR 132 en gedrukt in Anonymus, 'Rekeninge', 166-266.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, 'Reinoud II,. Nummer 1/2 uit 1995
Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel: Nieuwe machtsverhoudingen. Voor het overzicht van alle artikelen zie: Een Hollandse luis in de Bourgondische pels.

Meer over: Philips de Goede, Frank van Borsele, Zoen van Delft.