Als Willem VI gedacht had dat hij met de loyaliteitsverklaring de politieke toekomst van Holland en Zeeland voor langere tijd had verzekerd, kwam hij al gauw bedrogen uit.

Op 4 april 1417 stierf Jan van Touraine, mogelijk aan de gevolgen van een vergiftiging. De grafelijke familie moest zich nu instellen op een geheel andere toekomst: Jacoba zou geen koningin van Frankrijk worden en moest zo snel mogelijk een echtgenoot krijgen, die haar straks goed zou kunnen bijstaan in de regering van Henegouwen, Holland en Zeeland. Willem VI vond een verbintenis met Jan IV, de hertog van Brabant, de beste optie. Deze was echter pas veertien jaar oud en had zich in het bestuur van zijn vorstendom allesbehalve krachtdadig getoond. Er zou wel toestemming aan de paus gevraagd moeten worden voor dit huwelijk, want Jan IV en Jacoba waren neef en nicht. De graaf zou de uitkomst van het overleg met de paus niet meer beleven, want hij overleed op 31 mei 1417 in Bergen in Henegouwen. Jacoba gaf terstond Walraven van Brederode opdracht om namens haar het bestuur in Holland waar te nemen en voorbereidingen te treffen voor haar huldiging als gravin. Dit geeft aan dat zij net als haar vader een groot vertrouwen stelde in de vader van Reinoud en Gijsbrecht26.

In juli 1417 werd Jacoba door de meeste Hollanders en Zeeuwen als nieuwe landsvrouwe erkend en een maand later werd haar verloving met Jan IV publiekelijk bekend gemaakt. Zij kreeg echter al gauw met ernstige oppositie te maken van de zijde van haar oom Jan van Beieren. Deze was sinds 1390 elect van Luik, maar hij koesterde na de dood van Willem VI al gauw meer wereldlijke ambities. Hij wilde als naaste mannelijke erfgenaam de grafelijke titels van Henegouwen, Holland en Zeeland opeisen en zocht heimelijk naar medestanders onder de Hollandse en Zeeuwse edelen en stedelijke notabelen. Hij vond met name gehoor bij Willem van Arkel, Jan en Willem van Egmond, want zij hadden van een regering van Jacoba weinig goeds te verwachten.

Deze drie edelen maakten in het najaar van 1417 van alle verwarring gebruik om IJsselstein te bezetten, maar moesten deze stad spoedig opgeven onder de dreiging van het leger van Jacoba, dat werd aangevoerd door Walraven van Brederode27. Als beloning werd de heer van Brederode benoemd tot rentmeester en drossaard van het land van Arkel (5 november)28. In november 1417 schaarde de magistraat van Dordrecht, zoals opgemerkt de grootste en belangrijkste stad van Holland, zich achter Jan van Beieren. In dezelfde maand veroverden de volgelingen van Arkel en Egmond Gorinchem, de hoofdplaats van de heerlijkheid Arkel. Opnieuw werd Walraven van Brederode aangewezen om het bevel van de grafelijke troepen op zich te nemen. Op 1 december 1417 gaf hij opdracht om Gorinchem te bestormen. Zijn manschappen wisten na zware strijd de stad te heroveren, maar verloren wel hun aanvoerder, want Walraven kreeg in het tumult twee slagen op het achterhoofd en werd dodelijk verwond. Ook Willem van Arkel liet het leven in de slag om Gorinchem, maar Jan en Willem van Egmond konden ongedeerd te ontkomen29.


26. ARA, AGH 1269, f. 47. Prevenier/Smit, Dagvaarten, 491.

27. ARA, AGH 1269, f. 40,47v,48v en 49.

28. ARA, AGH 894, f. 14v, vermeld in Scheffer, 'Bevelboek', 105.

29. Van Leyden, Brederode-kroniek, 638-639. Aurelius, Divisiekroniek f. 290. De Monstrelet, Chronique, III, 241-242.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, 'Reinoud II,. Nummer 1/2 uit 1995
Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel: Walravens kinderen komen onder voogdij.  Voor het overzicht van alle artikelen zie: Een Hollandse luis in de Bourgondische pels.

Meer over: Jan van Beieren