De heren van Vianen waren één van de vele adellijke grootgrondbezitters in het gebied tussen de Lek en de Merwede en ook in het Sticht.

Hun landencomplex bestond uit eigen bezittingen, maar ook uit lenen van de graaf van Holland, de bisschop van Utrecht en de hertog van Gelre. Sinds 1391 was Hendrik II van Vianen de bezitter van het omvangrijke territorium. Hij speelde een belangrijke rol in het politieke leven van Holland en het Sticht. Hij was raadsheer van Albrecht van Beieren en Willem van Oostervant en sloot zich aan bij de Hoeken, omdat hij hier steun vond in zijn conflicten met de Kabeljauwse voorman Jan van Arkel. Verder behoorde hij ook tot de raad van Frederik van Blankenheim, die in 1393 bisschop van Utrecht was geworden9. Hij had als burggraaf van Utrecht ook tal van connecties met de magistraat van Utrecht10. Hendrik is niet of nauwelijks betrokken geweest in de oorlog van de graven van Holland tegen de Friezen, maar in de strijd tegen Jan en Willem van Arkel heeft hij wel steeds volop aan Hollandse zijde meegevochten.

ansicht von kasteel batestein

Kasteel Batestein in de winter. Olieverfschilderij door Jan van Goyen, gesigneerd en gedateerd 1624. (Foto: kunstkopie)

In 1373 was Hendrik getrouwd met Heilwig van Herlaar, die hem één dochter had geschonken, Johanna van Vianen. Er zijn over haar opvoeding geen gegevens opgetekend. Zij heeft op 1 maart 1414 een oorkonde uitgevaardigd voor de stad Vianen tezamen met haar vader; dit zou erop kunnen duiden dat zij enige bestuurlijke ervaring heeft opgedaan11. Hendrik besloot zijn dochter uit te huwelijken aan een telg van een ander vooraanstaand Hoeks adelsgeslacht, namelijk Walraven van Brederode. De huwelijksvoorwaarden werden op 11 augustus 1414 opgesteld door Philips van Wassenaar en Bartout van Assendelft namens Walraven en Jan van Vianen en Jan van Vianen van Beverweerd namens Hendrik12. Vermoedelijk zal de voltrekking van het huwelijk niet lang op zich hebben laten wachten.

Walraven van Brederode was een zoon van Reinoud I van Brederode en Yolanda van Gennep13. Sinds 1402 was hij heer van Brederode, nadat zijn oudere broer Jan en diens echtgenote Johanna van Abcoude in het klooster waren getreden. Walraven was daardoor eigenaar van alle familiegoederen, die heren der in Holland verspreid lagen14. Jan van Leyden, de biograaf van de Brederodes, noemt hem seer vroem van leden ende een cloeck oirlochs man. Dit lijkt een juiste typering, afgaande op zijn militaire activiteiten. In de jaren negentig van de veertiende eeuw nam Walraven als alle andere Hollandse en Zeeuwse edelen deel aan de expedities van Albrecht van Beieren tegen de Friezen. In september 1399 werd hij in een gevecht in de omgeving van Molkwerum verwond en gevangengenomen. De Friezen wilden hem enkel tegen een losgeld vrijlaten, maar dat plan ging niet door, aangezien hun gevangene in januari 1400 wist te ontsnappen. Ook in de Arkelse oorlog raakte hij in gevangenschap, ditmaal durend van 1402 tot 140915.

Na zijn vrijlating groeide Walraven uit tot één van de machtigste edelen van Holland en Zeeland, met name omdat hij een vertrouweling van Willem VI was. De graaf benoemde hem tot zijn overste raet (hoogste raadsheer) en droeg hem in de zomer van 1416 het landsbestuur op, tezamen met Hubrecht van Culemborg, toen hij een reis naar Engeland maakte voor diplomatiek overleg met koning Hendrik V16.

In 1410 ontketende Jan van Brederode een enorm schandaal: hij legde het kloosterhabijt af en haalde op 9 april met geweld zijn vrouw Johanna uit haar klooster, dit alles om aanspraken te kunnen maken op de erfenis van zijn schoonvader Willem van Abcoude17. Bisschop Frederik van Blankenheim wist Jan enige dagen later gevangen te nemen. Op 14 april wezen de bisschop en graaf Willem VI de erfenis van Willem van Abcoude definitief toe aan Jacob van Gaasbeek18. Jan werd pas in 1412 vrijgelaten en keerde niet meer naar het klooster terug. Hij was intussen weduwnaar geworden, want zijn vrouw Johanna van Abcoude was een jaar eerder in haar klooster gestorven19. Jan besloot zijn geluk in het buitenland te zoeken en trad in dienst van koning Karel VI van Frankrijk. Deze beslissing zou hem tenslotte noodlottig worden: op 25 oktober 1415 sneuvelde hij in de slag van Azincourt, één van de bekende veldslagen uit de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland20.

In 1415 kregen Walraven en Johanna hun eerste kind. Zij noemden hem Reinoud, afgeleid van de naam van zijn grootvader van vaderszijde21. In 1416 werd een tweede zoon geboren, die Gijsbrecht werd gedoopt naar zijn overgrootvader aan moederszijde22. Wij mogen aannemen dat hun wieg op kasteel Brederode bij Santpoort of Herlaar bij Ameide heeft gestaan, maar daarover bestaat geen zekerheid. Of Walraven zijn kinderen veel heeft gezien, is de vraag, want de politieke situatie was dermate zorgwekkend dat hij veelvuldig aan het grafelijk hof moest verblijven.


9. Biografische gegevens over de heren van Vianen in Dek, 'Geslachten', 125-136. Nadere gegevens over Hendrik in Heniger, 'Hendrik II', 3-5. Een overzicht van bezittingen geven zijn leenregisters ARA, ALV 6 en 7, verwerkt in Kort, 'Leenhoven Vianen', passim, en Hoek, 'Repertorium lenen bisschop', 286.

10. Muller, Rechtsbronnen Utrecht, 12-14. De Geer, 'Heeren van Cuyk', 131-132.

11. De Geer, 'Rechten van Vianen', 134-135.

12. Van Schilfgaarde, Archief Culemborg, regest 586.

13. Van Leyden, Brederode-kroniek, 637-639, citaat op 637. Biografische gegevens in NNBW, X, 136-137, en Dek, 'Genealogie Brederode', 113.

14. Een indruk van het bezit van de Brederodes geeft het leenregister van Reinoud, ARA, AGH 776.

15. Janse, Grenzen, 166-167 (Friesland). Waale, Arkelse oorlog, 103 en 115-116 (Arkel). 16. Citaat uit Van Leyden, Brederode-kroniek, 638. ARA, AGH 1269, f. 46, vermeld in Van Riemsdijk, Tresorie, 216.

17. Biografische gegevens over Jan van Brederode in NNBW, VII, 200-204 en Dek, 'Genealogie Brederode', 111-113. Een overzicht van de leengoederen van de heer van Abcoude geeft diens leenregister met akten uit ca. 1380-1410, RAU, ABU 109-b-1,f. 61 e.v. en vergelijk Maris, Repertorium, 505-506.

18. Muller, Regesten bisschoppen, II, nrs. 1832 en 1834. Het leenregister van de heren van Gaasbeek over 1408-1458 is RAU, ABU 110. Zie ook Dekker, Kromme Rijngebied, 399- 400.

19. Muller, Regesten bisschoppen, II, nr. 1876, gedrukt in Van Mieris, Charterboek, IV, 203- 204.

20. Paravicini, 'Expansion', 304 (noot 35). Hij weerlegt de bewering in het NNBW, VII, 202, dat Jan in Engelse dienst is getreden. 

21. In 1473 stelde Reinoud dat hij zestig jaar ou environ was, dus kennelijk wist hij zijn eigen geboortejaar niet meer, BNP, MF 17909, f. 113.

22. Het is opmerkelijk dat de tweede zoon niet de naam Hendrik kreeg van zijn grootvader Hendrik van Vianen. Dit was in de vijftiende eeuw wel gebruikelijk.


Dit artikel is overgenomen uit de 20ste jaargang van het Jaarboek, nummer 1/2 uit 1995. Auteur: M. J van Gent. Het volgende artikel is 'Wisselende politieke perspectieven'.

Meer over: Hendrik II van Vianen, Reinoud I van Brederode, Jan van BrederodeWalraven I van Brederode