Op de Algemene Ledenvergadering van 13 december 1975 werd onze oud-voorzitter, de  heer G.B. Pellikaan, wegens zijn grote verdienste en nimmer aflatende propaganda voor de geschiedenis van Vianen en de Vijfheerenlanden, ge├»nstalleerd tot ere voorzitter van onze Vereniging. Bij die gelegenheid vereerde de huidige voorzitter, H.L.Ph. Leeuwenberg, hem namens de Vereniging met een afgietsel van het fraaie, 13e eeuwse zegel van Zweder van Beusinchem, hangende aan een geel-rood lint. In zijn toespraak herinnerde de heer Leeuwenberg aan de betekenis van deze Middeleeuwse ridder als eerste heer van Vianen en tipte in het kort de interessante historische problemen rond het zegel aan.  

Heer Zweder was de tweede zoon van Steven van Beusinchem en een zekere Ava. Hij  komt vele malen in documenten voor, van 1248 tot 1284. Hij stierf tussen 1285 en 1287. Zijn vader bekleedde het ambt van schenker van het bisdom Utrecht, dat  later zou overgaan op Zweders oudere broer Hubrecht. Bij dat ambt behoorden aanzienlijke goederen, die samen met de eigen bezittingen in en om Beusinchem de familie Van Beusinchem tot een van de machtigste geslachten aan.de zuidelijke oever van de Lek maakte. Ook Zweder kreeg later een aanzienlijk bisschoppelijk ambt, namelijk dat van maarschalk van het Nedersticht, dat was: opper-rechter van het Utrechtse.  

Als jongere zoon kreeg Zweder de heerlijkheid ten westen van Hagestein, dat later Vianen zou gaan heten. Daar lag een versterkte hofstede die hij tot een geducht kasteel liet verbouwen: het in 1969 teruggevonden 'castrum Vyanen' aan het Wed. Dat zijn kasteel niet onneembaar was, blijkt uit het feit, dat het tijdens de veldtocht van Gijsbrecht van Amstel met de opstandige Kennemers in 1274 met succes aangevallen werd.  

Dit treffen met Amstel luidde voor Zweder een roerige periode in. De Utrechtse  bisschop Jan van Nassau raakte in die tijd beklemd tussen de vele groepen die in het Utrechtse om de macht streden. In dit duel stond Zweder aan de zijde van zijn verwanten, de Zuilen-clan en de Lichtenbergers, tegenover de Amstels en de  Fresingen. Toen de Hollandse graaf Floris V zich in de strijd mengde, speelde Zweder hem in 1278 de stad Utrecht in handen en droeg hij zo bij tot de nederlaag van de Amstel-partij.  

Zweder heeft veel gedaan om zijn erfdeel tot ontwikkeling te brengen. In 1269  sloot hij een verdrag met zijn buurman, de heer van Hagestein, om hun waterstaats zaken te regelen. Kort daarna, in 1271, stichtte hij bij zijn kasteel op het Wed een jaarmarkt, die heden ten dage nog gehouden wordt. In 1277 voegde hij een deel van Lexmond aan zijn heerschappij toe en legde daarmee de grondslag voor het latere  'Land van Vianen'. 

Het zegel

zegel zweder van beusinchemZweder van Beusinchem heeft twee typen zegels gebruikt om oorkonden te zegelen. Het ene type is klein en vertoont, behalve het randschrift, alleen het schild met de drie zuilen. Het andere type is veel groter en draagt niet minder dan drie schilden! Het afgietsel, dat de heer Pellikaan werd aangeboden, is vervaardigd naar dit tweede type en is afgegoten van een zegel dat hangt aan een oorkonde van 2 januari 1280.  

Dit zegel is slechts heel licht beschadigd. Het meet 5 cm in doorsnede. Centraal staat het grote schild met drie, fraai uitgewerkte zuilen. Aan de voet hiervan bevinden zich twee kleinere schilden. Het heraldisch rechts (op de afbeelding links) schildje draagt als wapen drie zogenaamde schuinbalken; het andere schildje draagt eveneens drie schuinbalken, maar bovendien daar over heen nog twee dwarsbalken.

Het randschrift luidt: + S. SVEDERI: DE:  BVOSENCHEM: MILITIS: te vertalen als: zegel van Zweder van Beusinchem ridder. De historici zijn het er nog niet over eens wat dit samengestelde zegel precies betekent. Vermoedelijk heeft Zweder ermee zijn afkomst willen aangeven. De drie  Zuilen wijzen ondubbelzinnig op zijn afstamming uit de Zuilen-clan. De twee wapens  met de schuinbalken komen vooral voor bij naburige geslachten als Everdingen, Golberdingen en Schalkwijk.

J. Heniger 

Meer informatie over:

 Bovenstaande artikel is overgenomen uit het tijdschrift nr. 1, eerste jaargang 1976.